Aandacht voor het geheel wat je bent

Eefde mei 1985 | Donderdagmorgen

Inleiding
[download]

C. maakte in de pauze een opmerking dat ze een weekend gevolgd had met volledige stilte en dat dat toch een hele bijzondere ervaring was. En wij doen het op een andere manier. En het is misschien goed om daar eens op in te gaan, want het is niet helemaal uit de blauwe lucht dat ik het zo ingesteld heb.

Meditatie omvat je hele leven. En als we het leven van de Boeddha zoals het tot ons gekomen is aandachtig beschouwen, dan is er één heel merkwaardig iets. En dat is dat het het voorbeeld is van een mens die alle levensgebieden geleefd heeft.
Hij is op pad gegaan omdat hij getroffen was door het lijden. Hij heeft vrijwel alle wegen van het ascetisme en van de yoga gedaan. Is tot de conclusie gekomen dat dat eenzijdig was. Is toen eigenlijk de wereld ingegaan. Heeft een jaar met een courtisane geleefd, met Kamala. Is daarna, ja, wij zouden dan in onze tijd zeggen: het zakenleven ingegaan. En pas toen hij dat allemaal verwerkt had, is hij tot zijn eindmeditatie gekomen, waarvan wij dan nu nog een uitloper in die zenmeditatie terugvinden.

En ik geloof dat wij daarvan veel kunnen leren. Mijn eigen overtuiging is dat als we niet als hele mens vrijwillig sterven aan het ik, dat we dan op een of andere manier het toch zullen moeten doen, wat we hebben laten liggen.

En je ziet het ook dat de mensen die een eenzijdige weg gaan, zoals bijvoorbeeld in de kloosters, een sector missen . Mensen die in celibaat leven, missen een sector. Mensen die de wereld een boze wereld vinden, waar ze niet mee te maken willen hebben, missen een sector.
Ik ben er diep van overtuigd, dat wij niets, maar dan ook niets, kunnen overslaan. Helemaal niets. 

Maar wat altijd gebeurt is, dat als wij in een van die sectoren verzeild raken op een of andere manier, dat wij daar dan zo door gegrepen zijn, dat we de andere vergeten. De monnik vergeet dat er een liefdeleven is en dat er een zakenwereld is en dat er oorlog is als het ware. En de minnaar, of de minnares, vergeet dat er nog zoveel andere sectoren zijn, onder andere de stilte en de meditatie. En zo is steeds weer de sector die de overhand neemt. 

Mijn diepe overtuiging is dat wij alleen als hele mens, alles op zijn waarde latend, tot volwassenheid kunnen komen. En ‘volwassenheid’ betekent dat je erdoorheen gaat. Wat iets anders is dan het beheersen of het afwijzen, maar het volledig leven. Want alleen als je het volledig geleefd hebt en je bent erdoorheen gegaan, kun je er los van komen. Je kunt nooit loskomen op een afstand, dat gaat niet. Je kunt nooit loskomen van iets door er iets van te vinden. Je zult het helemaal moeten doen, ieder van ons, alle sectoren, hoe dan ook.

En ik probeer dus met jullie samen een wijze van oefenen te vinden, waar alles tot zijn recht kan komen. Waar niets afgewezen wordt. Waar alles onderzocht wordt. Waar we er helemaal op in gaan en waar we geen haast hebben. Waar we elk onderdeel van we tegenkomen, volledig proberen, zo volledig mogelijk, te doorleven. Dus niet alleen te begrijpen, maar te doorleven. Dat wil dus zeggen: schouwend er doorheen te gaan, ook met ons gevoel. Want alleen zo kan dat gevoel zijn verfijning vinden – een gevoel wordt nooit verfijnd als je iets afwijst of als je iets veroordeelt. Het vindt zijn verfijning en zijn voleinding uitsluitend in de totale overgave aan dat wat zich op dat moment voordoet. 

En dat is eigenlijk waar het dan om gaat: zonder dat je ooit het geheel wat je bent uit het oog verliest. Dat dat altijd als een ‘grote symfonie’ in jezelf aanwezig blijft. Zelfs op de momenten dat je helemaal verloren bent in wat dan ook, dat het er is. Want anders, als je het wel verliest, het contact met het totaal andere, het geheel, dan zul je eindeloos het over moeten doen.
Ik denk dat dat de diepere zin is van de reïncarnatietheorie, die zo afschuwelijk verminkt is. Maar dat de diepste grond ervan is dat wij inderdaad hele mens moeten worden. En dat alles wat bij de hele mens hoort, waar de accenten bij ieder van ons verschillend kunnen zijn – dat is de schoonheid ervan, iedere hele mens heeft toch zijn accenten – maar dat wij als hele mens door dat leven zullen moeten gaan.

En dan is het onmogelijk om iets ook maar af te wijzen. Je kunt wel aan jezelf opmerken dat bepaalde sectoren makkelijker, vanzelfsprekender, bij je horen dan andere, maar zodra je iets, wat dan ook, afwijst, zul je er doorheen moeten gaan. En als het dan niet dit leven is, dan een paar volgende levens.

En volgens de wetten van Mani, een oud-Vedisch weten, is het ook zo dat ons diepste wezen op een bepaald moment beslist als wij te eenzijdig zijn, dat ons leven beëindigd wordt. Dus daar zit een hele diepe ‘wetgevende’ bedoeling in ons leven. En die bedoeling is dat wij tot volledigheid komen.
En dat gaat het snelste als wij belangstelling krijgen voor onszelf zoals we zijn. Niet vanuit die mens, maar voor die mens die we zijn. En dat we daardoor die haast gaan verliezen die wij in onze verwerkelijking hebben – gegrepen als we zijn door waar we mee bezig zijn, krijgen we haast en verliezen we het geheel uit het oog.

En eigenlijk is dat steeds opnieuw indachtig worden, gevoelig worden, voor dat geheel wat je bent. Dat is meditatie. Niet alleen maar die oefeningen die we doen, niet alles wat je erover kunt lezen of wat een ander je kan vertellen, maar die aandacht voor dat geheel wat je bent. Maar op het moment dat je die aandacht wel eens voelt, weet je dat dat het is: het zijn van die aandacht waar alles een kans krijgt. En dat betekent in eerste instantie dat alles in jóu een kans krijgt. Als je niet in staat bent om alles in jezelf een kans te geven, kun je ook niet buiten je alles een kans geven.

En waar – daar begon ik mee – waar in de kloosters gebruik van gemaakt wordt is die passieve kracht van het tot stilte komen, waardoor je die haast kwijtraakt. En dat is dus een heel goed ding. Alleen, je vergeet dan, op een andere manier, dat die andere kanten ook in je aanwezig zijn en dat al die andere kanten in jezelf geleefd moeten worden. We zien ook heel vaak, vooral in het Oosten zien we dat en ook als oosterse monniken hier naartoe komen, dat ze die kant niet ontwikkeld hebben. Die kant die dan het ‘wereldse’ heet, met alles wat dat inhoudt.

En wij zullen niet tot vrede komen, op geen enkele manier, wanneer we niet alles in onszelf in verhouding kunnen leven. Wanneer we geen moment het ene belangrijker vinden dan het andere. Je kunt wel zien dat op een bepaald momént een sector belangrijker is. Maar dat is een heel ander iets, als je beseft dat dat op dat momént zo is, maar dat het niet per definitie het belangrijkste is. Als je weet dat het verschuiven kan, en dat het goed is dat het verschuiven kan, en dat je je daar niet tegen verzet, en dat je je niet tot de orde probeert te roepen omdat het verschoven is. Dat je alles een kans geeft.

Wat betekent dit nu eigenlijk. Dat betekent dat als je zo probeert te leven, dat het dan schijnbaar is dat er heel weinig vooruitgang geboekt wordt, want je neemt de totale inhoud van jezelf mee op je tocht door het leven. Alleen, je ontwikkelt je dan compleet. En dat is veel en veel belangrijker dan ergens in een sector een speerpunt te vormen, wat natuurlijk een gevoel van beheersing en van zekerheid en van vertrouwen zelfs geeft, daarom wordt het zo vaak gevolgd. Maar omdat je het totaal van je ongeleefde kanten én van je geleefde kanten, van je gaven en van je gebreken, meeneemt. En dat je dat echt ziet dat dat nodig is.
Dan ontvalt je vanzelf de haast, want je ziet gewoon: dat is wat gebeuren moet. 

En wij hebben allemaal de neiging, en dat is heel begrijpelijk, om graag toch het één voor te willen laten gaan bij het andere. Die neiging hebben we allemaal. En we hebben ook de neiging om te kiezen. En we begrijpen nog te weinig dat op het moment dat je kiest, je iets afsnijdt. Dat je het niet meer bij je houdt. Dat je als het ware iets wat groeien wil, in het donker zet. Want alles wil groeien, alles in ons. Alles wil tot voleinding komen. Zo is het nu een keer. En wij zijn eigenlijk niet gerechtigd om iets ook maar in onszelf af te dekken, maar we doen het wel. En we doen het, omdat we niet beseffen wat we doen. 

Zowel in de bijbel als in de boeddhistische overlevering, is die merkwaardige uitspraak: ‘vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen’ – en de Boeddha die zegt: ‘het grootste kwaad is de onwetendheid”. Het niet beseffen van wat gaande is en het daarom fanatiek, eigen vernauwd, te werk kunnen gaan. 

Maar als wij zo in de wereld kijken, dan zie je dat altijd weer eenzijdige ontwikkelingen plaatshebben. Dat zijn de enige ontwikkelingen die zich ook doorzetten. Maar we zien ook dat die eenzijdige ontwikkelingen weer teniet gedaan worden door andere eenzijdige ontwikkelingen. En dat is eigenlijk de hele gang van de geschiedenis, dat je dat ziet: actie en tegenactie. 

En wat ik probeer duidelijk te maken: daar is een andere weg. Daar is de weg van het ongehaast tot wasdom laten komen van het totaal wat je bent, waarvan je nu nog maar een heel klein gedeelte ervaren hebt en bewust gemaakt. En wat ik vraag – die ik de laatste keer in het meditatie leerhuis stelde en die ik nu steeds opnieuw stel – is: zijn we bereid om aandacht te geven aan dat totaal. Om niet vanuit een sector weg te spurten, maar om het totaal wat we zijn, voortdurend als een niet aflatende toon, als het ware, in ons leven een plaats te geven.

En wat wij proberen in zo’n vijfdaagse is alles tot zijn recht te laten komen. En als iemand op een bepaald moment stil aan het worden is, zal hij ook stil kunnen zijn terwijl anderen praten. Dat is de schoonheid van de complete benadering, dat je niet meer afhankelijk bent van een instelling, maar dat je vanuit een hele natuurlijke stilte in het gewoel kunt zijn. Met al die maatregelen die we gewend zijn dat genomen worden, niet meer nodig zijn, daar zijn we doorheen. En niet als een ideaal wat we nastreven, maar als een werkelijkheid die zich in ons voltrekt. Dat we niet meer ons gespannen hebben naar iets toe, maar omdat we open zijn om te laten gebeuren wat er gebeuren moet. En dat we geen muurtjes meer bouwen, of het verdriet is of dat het vreugde is, of het het merken van het gemis is, of het vaststellen van een volledigheid – dat het allemaal zijn plaats krijgt, die niet betwist wordt in onszelf.

Het is dus niet een filosofie, het is een levend ingaan op wat er steeds plaatsheeft. En naarmate je aandacht groeit, zul je steeds meer gaan opmerken en zal de haast uit je verdwijnen. Daar hoef je dan niets aan te doen, je hoeft niet kalm te zijn, je hoeft jezelf niet beheersen. Dat hoeft allemaal niet, dat werkt vanzelf. In de mate waarin je het totaal in jezelf gaat ervaren, zullen al die dingen die altijd nagestreefd worden zich heel vanzelf in je voltrekken.

Het enige wat nodig is, is aandachtig te zijn. Je eigen onrust, je eigen haast, je eigen ongeduld op te merken. Daar niet boos over te zijn. Te zien dat het een groeistuipje is. En dat je daar doorheen kunt – je kunt daar doorheen. En dan ontvouwt zich de wereld heel vanzelf en kun je alles wat er is, in vreugde tot je laten komen. Dat is niet die enigszins opgewonden vreugde die wij als vreugde kennen, maar dat is een totaal ander iets. Het is niet mooi, het is niet lelijk, het is iets van zo’n grote kracht, dat het je soms verbaasd dat wij het niet meer opmerken dat het er is. 

En die oorsprong heeft zich in de schepping op een miljardvoudige manier gesplitst, georganiseerd, en kan in ons bewust worden. Dat is ongelooflijk: die kan in ons bewust worden, als we aandacht hebben ervoor en als we de tijd nemen om dat tot ons door te laten dringen.
Dat is dus niet iets waar je naar grijpen kunt. Dat is iets wat zich aan je voordoet als jij klaar bent. En dat is eigenlijk de diepste zin van meditatie.

En als jullie er nu maar uit overhouden dat je dus niets kunt overslaan. Dat alles erin thuishoort. En dat ieder zijn eigen accenten heeft in dat geheel. En dat dat nu juist het individuele is: de accenten die veroorzaakt zijn door de manier waarop ons bewustzijn georganiseerd is in ieder van ons. Natuurlijk wel volgens algemene wetten, maar toch net met die kleine verschuivingen – waar nu de hersenspecialisten een beetje achterkomen. En dat is dan nog alleen de materiële kant ervan, dat is dus nog niet de oorzakelijke kant eraan. Maar dat dat plaatsheeft. En dat wij allemaal eigenlijk gehouden zijn om elkaars zó-heid, om elkaars bijzonderheid, te eerbiedigen. Niet alleen te eerbiedigen, maar ook te bevorderen.

Dan wordt het hele leven een totaal ander iets. Dan krijg je dus niet meer die afschuwelijke verscheurdheden van de afhankelijkheid, waar we nu nog allemaal inzitten, waarin ieder houden van, bijna altijd uitloopt op afhankelijkheid en alles wat dat inhoudt. Maar waarin er een vrijheid is, een vrijheid in de beleving die niet zich ergens aan vasthaakt. Een beleving die altijd weer door kan gaan. En hoe dieper je erop ingaat, hoe meer je merkt dat wat wij soms aan een persoon hechten, gewoon een misverstand is. Dat is een misverstand. Maar het is zo’n algemeen misverstand, dat we denken dat het waar is.

Beleving, verinnerlijking, is een doorgaand proces. Wat dan met de een, en dan met de ander, beleefd wordt, maar wat daar niet afhankelijk van is, wat altijd doorgaat. En als het niet goedschiks is, dan gebeurt het kwaadschiks. Maar het gaat door.
Dat is de schoonheid ervan, dat het altijd doorgaat, dat het geen einde neemt. En dat ondanks alles wat er gebeurt in de wereld, waar wij met recht en reden soms angstig, en soms bezorgd en soms verontwaardigd over zijn. Maar dat dit, wat ik nu heb proberen weer te geven, toch zich voltrekt.

naar boven

Gesprek (fragment)

A.: Ik wilde wat over stilte zeggen. Ik kan me best me voorstellen, C., dat je wel eens gewoon … dat is mooi makkelijk, het blijft stil. Maar het viel me juist op van gisteren, ik vond dat het ontzettend stil was bij het eten en ook bij het eten daarvoor. Ik vind dat wij veel stiller zijn dan we gewoonlijk zijn.
En ik heb nou op het ogenblik met paardrijden weer een helse moeite, want dat is zeven jaar geleden dat ik voor het laatst gereden heb. Maar toch is het zo dat ik echt dingen voel die ik nooit gevoeld heb. Maar allemaal in beweging en niks in stilte en niks in stilstand, het moet allemaal bij mij een beetje stromen.

– Maarten: Ik denk dat het niet alleen bij jou is. Ik denk dat wat jij daar zegt inderdaad de spijker op de kop is. Echte stilte is in beweging, echte stilte is niet alleen een voortdurend aftasten, maar ook een zichzelf verhouden tot. En dat is beweging, dat is geen stilstand.

A.: Ik heb het zelfs met zitten. Als ik de adem voel, dan is dat een heel bepaald regelmatig patroon. Het is ook niet altijd hetzelfde, maar het is een soort inwendig vloeien.

– Maarten: Ja, en dat is het wiegeliedje voor het denken, als je daar helemaal in kunt zijn. Dan heb je helemaal geen last van gedachten, want dat is leven. Het is inderdaad zo dat alles wat wezenlijk is, is nooit hetzelfde, is het aldoor het veranderende. Dat is ook de schoonheid.
Maar om nog even op die stilte van C. terug te komen, wij kunnen soms heel erg geholpen worden door een tijdlang die passieve stilte tot ons door te laten dringen. Dat kan een goede hulp zijn. Maar je moet op een bepaald moment zeggen: nou is het genoeg geweest. En dan weer verder.
Dus ik zeg van al die dingen: doe ze, ervaar ze, maar ga verder. Dan kom je niet, zoals die monniken die dan plotseling tegen een mooie vrouw aanlopen en dan helemaal van de kaart zijn, dat hoeft dan niet.

B.:  Maarten, ik zie er toch ook wat tegenstrijdigs in. Je hebt tegen mij heel vaak gezegd: je moet niet zoveel doen… Ik heb van mezelf altijd het gevoel van: ik moet dit ervaren, ik moet dat doen… En toen heb jij steeds gezegd: doe niet zoveel, je doet al zoveel.
En ik probeer het dan, en dan zeg je weer tegen me: je moet alles doen…

– Maarten: Ah, leuk hoor.
Maar weet je, B., als ik met jou praat, geef ik je een individueel advies. En dat gaat meer over het tempo. Niet dat je niet van alles zou doen, maar hoe doe je het. En dat sticht dan wel eens verwarring als ik met jullie individueel praat, dan ben ik ook echt met jou of met haar of met hem bezig. En dan zie ik daar dingen in gebeuren en daar zeg ik iets van.
Maar het is dus niet tegenstrijdig, het is alleen: hóe doe je het. En daar heb ik bij jou van gezegd: kom niet om in het vele wat je doet, want dan kun je niet alles wat je doet helemaal proeven.
En als dat niet lukt, is dat ook niet erg, als je het maar weet: er is een andere mogelijkheid. Dan komt dat op den duur, daar heb ik het diepste vertrouwen in. Als iets namelijk echt waar is, dan op een of andere dag dringt het tot je door.
Dus het is gewoon zo. Ik heb het in mijn eigen leven meegemaakt dat iemand twintig jaar daarvoor iets gezegd had, wat ik twintig jaar later pas kon gebruiken. En toen was het er en kon ik het toepassen.

naar boven