De innerlijke werkelijkheid het werk laten doen

Toespraak voor december 2020
Eefde mei 1985 | Donderdagmiddag

Inleiding
[download]

Ik heb vanochtend geprobeerd duidelijk te maken dat het gaat om een proces. En dat het mogelijk is in dit leven niet alleen voeling te krijgen met dat proces, maar er vanuit te leven. Zodat je niet meer je eigen leven voltrekt, maar het grote gebeuren door jou heen een plek geeft in deze wereld.

En nu heb ik als voorbeeld het leven van de Boeddha heel kort aangegeven, maar we moeten goed begrijpen dat het niet gaat om de Boeddha. Het gaat om wat daar eigenlijk universeel gebeurd is, wat ons een idee geeft van waar het om gaat. Dat jullie dus nóóit, op enigerlei wijze, het gaan vasthechten aan een persoon, aan een gebeurtenis. Maar dat je altijd ziet dat het een bewegend iets is, een gebeuren is waar wij ons aan kunnen spiegelen, maar wat niet aan een persoon of aan een tijd of aan een gebeurtenis is gehecht. Het is daar gebeurd, zo en zo. En dat is alles. 

Doe je dat namelijk niet – en dat is dus altijd weer gebeurd en dat zal waarschijnlijk blijven gebeuren, dat wij processen vasthechten aan het moment waarin het gebeurd is. En dat niet alleen, maar de omstandigheden waarin het gebeurd is, de mensen die erbij betrokken zijn, of de dingen of de situaties, dat we díe eigenlijk als herkenningspunten nemen. En ons niet bewust zijn van het feit dat het toevallige uitingen waren van een proces wat altijd doorgaat.

Het is heel belangrijk om te beseffen dat het eigenlijke altijd weer gebeurt. En steeds op andere wijze, in andere tijden, met ander bewustzijn. En dat we niet het vasthechten, dat we het niet ergens vastbinden. Want behalve dat we daarmee iets doen wat onjuist is, sluiten we onszelf in, kapselen we onszelf in, leunen we aan tegen iets wat allang er niet meer is – het-is-er-niet-meer, dat wat nu is, is nu.
Wij kunnen alleen leren te zien, te beseffen, bewust te maken, hoe die processen verliepen. En daaruit gevoelig worden voor de processen zoals ze zich voltrekken.

En het is een totaal ander iets of je leeft vanuit dat reactiewezen, wat je bent geworden in dit leven, of dat je voeling hebt met dat andere, wat zich door jou voltrekt. Alleen, als je er géén voeling mee hebt, dan wordt het vervalst, dan wordt het verdraaid, kan ook in zijn tegendeel verkeren; in plaats van dat het bevrijdt, kapselt het in.
Maar in voeling met het eigenlijke wat zich wil voltrekken, krijg je een totaal ander gevoel van je eigen leven. Je bent minder afhankelijk van wat daarin gebeurt. Terwijl je aan de andere kant alert bent op wat er gebeurt, omdat het een mogelijkheid is om dat andere vorm te geven. 

Maar dat is dus een andere betrokkenheid op het leven. Het is niet meer een grijpen, het is een geven. En het is een geven zonder opzet, het is niet dat je opzettelijk wilt geven, maar het is heel natuurlijk, zou ik haast zeggen, dat je vanuit dat andere van dienst bent – een van die woorden die in deze wereld teloor is gegaan: van dienst te zijn. Niet omdat dat edel is, maar omdat het gewoon noodzakelijk is. Als wij niet van dienst zijn, zijn we tegen de wezenlijke ontvouwing van het andere. Daar zijn we dan tegen, dan laten we dat niet vrijwillig plaatshebben. En dan gaan we ook ten onder aan al die kleine gevoelens van gekwetstheid, van frustratie, van, afijn…

En de tragiek is, dat kun je zo door de hele geschiedenis heen – ik bedoel nu de religieuze geschiedenis – zien, dat eigenlijk weinig begrepen is hoe het in voeling zijn met de werkelijkheid, met het andere, het enig nodige is, dat daar alles uit voortkomt. En wat we gedaan hebben, aldoor maar weer, dat is zeggen: ja, als iemand in voeling is, dan gebeurt er dat en dat… En dat hebben we nagestreefd, dat wat er gebeurt, en we hebben gewoon vergeten waar het om gaat.

Hoe verder een religieus stelsel is ‘uitgegroeid’ in de tijd, hoe verder het wegraakt van waar het om gaat. En het enige essentiële wat gebeuren moet is, dat wij opnieuw, in onze tijd, met onze mogelijkheden, in voeling komen. En dat wij op ónze manier – dat is weer de schoonheid, dat ieder van ons zijn eigen wijze heeft, waarop hij daaraan vorm zal geven. Maar zodra je in voeling bent met, heb je ook geen behoefte om jóuw wijze van dit vorm te geven, te verwerkelijken, om dat een ander op te dringen. 

Zodra dat gaat gebeuren, dat iets zich aan je opdringt, dan weet je dat het niet van het wezenlijke is, dat het gewoon een klein mens is die iets nastreeft. En dat kan met heel veel kracht gebeuren, en dat kan te goeder trouw gebeuren, dat is allemaal waar, maar het is het niet. Het is afgesloten, het is gedoemd om te sterven. Want alles wat zich afsluit, ontbeert het meest wezenlijke. En gaat ten onder – langer of korter, tientallen jaren of honderden jaren, maar het gaat ten onder.

En daarom is het van cruciale betekenis om dit, zó als ik het nu probeer aan te geven en eigenlijk samenvat waar we het vanochtend over gehad hebben, echt tot je door te laten dringen. Je hoeft er verder niks mee te doen, laat het alleen maar doordringen, het doet zijn werk wel. Het vertaalt zich in jou, op jouw manier. Vergeet, om zo te zeggen, alle woorden die ik gebruikt heb en laat het gewoon in je doordringen. Dan doet het zijn werk.
En het maakt je los van je kleine leven en het verbindt je.
En heel vanzelf, zonder moeite, zonder inspanning, zonder denken, zonder worsteling, zonder strijd, zonder veroveren, zonder overwinning, werkt die kracht in je leven door.
En alleen al datgene wat vanzelf in jou ontstaat, kan blijven bestaan. Omdat het niet in een conflict uitloopt, niet in een weerstand, in een gevecht, omdat het heel vanzelfsprekend zich in jou verwerkelijkt.

En nou is natuurlijk van belang om te weten hoe we daar praktisch mee om kunnen gaan. Want dit wat ik nu heb proberen aan te geven, is nog altijd voor velen van ons ver weg, abstract – ook al hebben we het gevoel dat we het begrijpen, het blijft abstract.
En als je nu vraagt: wat kun je concreet doen, dan kun je concreet oefenen aan ontspannen. Dat is iets wat je kunt doen. Je kunt je telkens ontspannen, in alle situaties je gewoon even herinneren: ik kan me ook ontspannen, terwijl ik het doe.
Je schrijft een brief die een beetje moeilijk voor jezelf is, dat je dingen moet zeggen die niet zo aangenaam zijn. En als je dan op jezelf let, merk je dat je, behalve die hand die schrijft, allerlei spieren in je lichaam spant. Dat kun je ontspannen. En dat heeft invloed op wat je schrijft, als je ontspant. Dat heeft ook invloed op de helderheid waarmee je de dingen stelt. Want je hebt geen haast, je wilt niet overtuigen, je vertelt eenvoudig wat je ziet. 

En dat geldt voor het schrijven van een brief, maar het geldt voor alles, voor alles wat je doet. Laat je dat wat er gebeuren moet zijn werk doen, of meng je jezelf erin. Dat is niet nodig, want het is al van jou, jij doet het. Jij hoeft het niet eens nadrukkelijk te bevestigen, jij doet het…
Jij bent ter beschikking om het te laten gebeuren. Dat is voldoende.

Maar wat wij eigenlijk altijd doen is ons het toe-eigenen, net doen alsof het van ons komt. Het komt niet van ons, het komt van heel ergens anders. Maar we zijn zo knap en zo slim geworden, en ook zo angstig, dat we het ons allemaal toe-eigenen. En dan kom je in de kramp, dan moet je het verdedigen, dan is het van jou. Dan is het niet meer door jou heen, dan is het van jou.

En dat kun je dus altijd oefenen, je kunt altijd oefenen aan het ontspannen. En daarmee gaat gepaard het gevoel van dat je op je plek komt. Als jij je ontspant, kom je op je plek. Omdat je dan voor het eerst in die ontspanning gevoelig wordt voor wat er in je werkt, altíjd in je werkt. Maar je voelt het niet, want je moet zonodig nog een heleboel dingen doen. En dan kun je het niet voelen, dan kun je het niet ervaren…
En je kunt ook van jezelf weten, zolang je nog uit bent op ervaringen, ben je nog niet op het punt gekomen dat je geopend raakt. Dan denk je nog altijd dat het daar in zit. Terwijl het zit in: hoe ben jij, hoe ben jij ten aanzien van wat jij doen wilt.

Dat betekent dus helemaal niet dat je een verheven leven gaat leiden, helemaal niet. Je blijft gewoon je leven leiden… Alleen, je leeft het anders, je leeft het vanuit een andere werkelijkheid. Al die ideeën die wij hebben over verheven en zo, die raken weg. Die raken weg in dat doen, waarin je ontspannen verwerkelijkt. 

Natuurlijk, als je dat probeert zo te leven, dan kom je jezelf heel erg tegen. Dan kom je al die dingen tegen die je met behulp van anderen in jezelf hebt opgebouwd, die de omstandigheden in de maatschappij in jou hebben opgebouwd. Waar je je helemaal niet bewust van was. Die kom je natuurlijk allemaal tegen. En dat is niet zo leuk. Maar het is noodzakelijk dat je ze tegenkomt, je zult ze allemaal moeten leren kennen. 

En dan komt het grote moment: wat doe je er dan mee. Nu ben je ze tegengekomen, wat doe je er dan mee. Ga je er weer mee in de clinch? Wil je het weer veranderen? Of laat je de kracht in jezelf het doen. Die kracht die je wel kunt ervaren, maar waar je noch de intensiteit noch de richting van kent. Kun je het overlaten? Kun je het overlaten dat het als het ware voor jouw directe ervaring uitgewist wordt – het is er wel, maar het is geen bron van reactie meer.

Dat is dus geen denkmatig proces, dat is geen analyse, dat is heel anders. Het is die innerlijke werkelijkheid het werk laten doen. Maar dan moet je er natuurlijk niet met je eigenwijze snufferd tussendoor zitten. Dan moet je dat ook echt laten…

Dat kun je dus praktisch doen, je kunt praktisch altijd weer jezelf in wat je doet ontspannen. Zodat je de beschikking krijgt over een energie, die anders gewoon langs je heen gaat.
En natuurlijk is dat een langdurig proces. Ook als je op een bepaald moment een flits van absoluut inzicht gekregen hebt, dan begin het werk pas. Dan heb je heel duidelijk geschouwd hoe het is, maar dan begint het werk pas. En dan kun je nog helemaal van de weg wegraken, hoor. Dat is best mogelijk.
En daarvoor is de oefening noodzakelijk. Altijd weer te ontspannen, toe te laten, gevestigd te raken, door te gaan. Enzovoorts, enzovoorts.

Maar je hebt dan geen haast meer. En je hoeft niets te bereiken, want je bent op weg – je bént er al, je bent op weg. Je hoeft niet meer ergens te komen, je bent bezig. Zoals ieder van ons weet dat als hij écht bezig is, heel echt bezig, dan denk je niet aan de toekomst, dan denk je niet aan het verleden, dan denk je niet waar het op uitloopt, dan doe je alleen maar.
Nou, die toestand is op weg zijn. Dan weeg je alle dingen anders. 

Maar het fijne is dus dat wij inderdaad elke dag vanaf het moment dat we wakker worden, we kunnen al direct als we wakker worden oefenen, oefenen leeg te blijven. Want dan zijn we leeg – als we tenminste zo gevoelig zijn dat we merken hoe we zijn als we net wakker worden, kunnen we leeg blijven nog gedurende een hele tijd. En dan kunnen de dingen gebeuren, van binnenuit.
En zo kunnen we telkens op de dag onszelf terugvinden. En dan weer verder gaan.

Oefeningen zijn daar voor, zelfs heel veel. En we zullen voor onszelf moeten uitvinden welke oefeningen voor ons het meest efficiënt zijn, het beste werken. En dan zullen we daar oefenen.
Maar eigenlijk is het naar alle kanten toe open en hoef je niet een bepaald systeem te gebruiken. Als je één keer helemaal begrepen hebt wat het principe is, dan kun je je eigen oefeningen vinden. Dan kun je ook variëren op wat gegeven is. Want er zijn bepaalde basisoefeningen gegeven, die zijn ook uitstekend, maar je kunt je eigen variaties erop vinden.

Maar het allerbelangrijkste is dat je alert bent, dat je wakker bent, dat je merkt – als jij merkt dat jij verkrampt bent, dan kun je er iets aan doen. Maar voordat je er iets aan opgemerkt hebt, kun je nog niks doen. Dus het opmerken van wat er in je plaatsheeft, wat er met je plaatsheeft, hoe je bent, is heel belangrijk. Niet opdat je een gezond lichaam krijgt of opdat je een heldere geest krijgt, dat zijn gevolgen. Maar opdat het grote proces door je heen kan gaan.

naar boven

Vijfdaagse mei 1985 in Eefde
<< Terug | Volgende toespraak >