Het basisconflict aangaan

Toespraak voor dec. 2021
> Archief Toespraken
Eefde juli 1988 | Zondagmiddag

Inleiding
[download]
HANNA MOBACH, De wikkel, 1997 [1]

Het is bijna twee dagen ver. Ik denk dat een heleboel mensen iets nieuws ontdekt hebben. En dat is heel fijn. Maar ik vraag me af of we aan de basis gekomen zijn, de basis van ons leven. En dat is een conflict: of we van onszelf doorhebben dat we nog steeds toevoegen aan wat er is in onszelf. En dat we merkwaardig genoeg het gevoel hebben dat, als we nou meer toevoegen, er iets wezenlijks gebeurt, dat we iets kunnen ‘leren’ – niet in de wezenlijke betekenis, maar in de oude betekenis. Dat we één ding blijkbaar nog steeds niet doen, en dat is nietsdoen. Dat is niet gedwongen stilzitten en ook niet gedwongen actie inhouden.
Het is heel, heel mooi, maar aan de andere kant heel merkwaardig: nietsdoen is misschien het allermoeilijkste voor ons allemaal.

Ik geloof dat de mensheid als geheel, wel al is bekomen van de idee van vooruitgang. Misschien nog niet helemaal, je hebt nog enkele gekken die dat denken.. Maar we zijn nog niet zover gekomen dat we inzien dat de orde die in ons gelegd is en die in de hele natuur aanwezig is, hersteld moet worden.
En orde kun je niet maken. Je kunt dingen opruimen, maar orde is iets van een totaal andere orde. Orde is iets wat heel vanzelfsprekend aanwezig is. Het is zoiets als van stenen die naar beneden vallen, de zon die opkomt en ondergaat. Het is niet gemaakt, het is aanwezig. En als je in de schepping om je heen kijkt, merk je dat, behalve de mens, alles ook volgens orde gaat.

Ik heb in mijn leven erg veel mensen en ook erg veel dieren zien sterven. Het is alleen bij de mens dat de schoonheid van het sterven zelden aanwezig  is. Bij het dier is het aanwezig. Bij de plant helemaal.
Een groot deel van mijn leven heb ik me daarover verbaasd. Wat is dat toch, dat de mens zo in conflict is? Het beste dat hij hopen kan, is dat hij een beetje vriendelijk is voor zijn medemens.
Maar hij heeft eigenlijk altijd het gevoel dat hij nog ergens naartoe moet, dat er nog iets te verwezenlijken is. En daarom zijn we ook altijd bezig. En missen we de schoonheid en de ontroering van het uitsluitend getuige zijn. En zeker missen we de mogelijkheid om de ordening, die in ons gelegd is, te ontdekken. We zijn zo ontzettend bezig en we voelen  ons zó tekort gedaan, dat we daar geen tijd voor hebben. Er  is altijd wel iemand die ons beledigd heeft. Er is altijd wel iemand die ons tekort gedaan heeft. Er  is altijd wel iemand die niet gedaan heeft wat rechtvaardig is. Of het is de maatschappij.
Daar zijn we ons hele leven lang mee bezig, om recht te krijgen, om uit het conflict te komen. En ik denk dat we niet in de gaten hebben, dat wij dat conflict zijn. Dat het komt omdat we aan de ene kant zoveel willen verwerkelijken, en aan de andere kant tegelijkertijd niet ontdekken dat we aan iets bezig zijn wat op zichzelf niet kan bestaan.

Als je jezelf afscheidt, dan is dat het begin van het niet-bestaan; dan is dat het begin van het niet kúnnen bestaan. En dat hebben we gedaan in de evolutie. En we zijn ons daar niet bewust van. Alle technieken die we ontwikkeld hebben, zijn gebaseerd op dat afgescheiden zijn. We proberen het te doorbreken door in crisissituaties te komen, waardoor we teruggeworpen worden op het allereerste. Maar dat is gedwongen. We zijn er zelfs trots op dat we die technieken toepassen. Maar het is een illusie, want alles wat je onder dwang doet, keert in zijn tegendeel.

Ik denk dat je pas op orde kunt komen, als je deze basisoorzaak van het conflict bewust gemaakt hebt. Wanneer je bewust bent dat, als jij je afscheidt van de ander en van de wereld, je dan afgesneden bent. En dat je dan teert op de hoeveelheid vitaliteit die je van je geboorte af meegekregen hebt, totdat je sterft. Maar dat je niet in nauwe voeling met het totaal van de wereld leeft. En als je niet in totale voeling met de wereld leeft, je niet kunt liefhebben. Dan is liefhebben – ik zeg het heel scherp – een handelszaak.

En zo proberen we in ons leven, zonder tot de basis door te dringen, er het beste van te maken. En ach, dat lukt wel.  Als we niet al te erg in de knel zitten, dan lukt dat vrij aardig, als de maatschappij niet erg hard is, dan lukt dat vrij aardig. Maar het is niet waar het om gaat. Om daartoe door te dringen, zul je de moed moeten hebben om de tijd te nemen om dit te beseffen.
Je moet het natuurlijk wel eerst gezien hebben, hè, je moet mij niet geloven. Je moet eerst gezien hebben dat dit het basisconflict is.
En aan het basisconflict kun je geen vragen stellen, dat kun je ook niet uitdagen. Dat kun je niet wegredeneren. En je kunt het niet verzachten. Je kunt het alleen aangaan, je kunt  er oog in oog mee willen komen. En bij jezelf opmerken wat er dan gebeurt. Dus niet die kinderachtige vragen van ‘wat dan’, dat is gewoon het mannetje in de maan.

Maar als je probeert daarop in te gaan, wanneer je er dus niet meer iets van verwacht, wanneer het conflict zo duidelijk voor je is dat je het niet meer vergeten kunt, dan kan er wat gebeuren. Dan heb je ook geen moeite met daar tijd voor af te nemen van je dag, om daarbij stil te staan. Dat leven wat je leeft, met al zijn noodzakelijkheden en zijn zorgen, hoort er gewoon bij. Dat is daaromheen gegroepeerd, om dat doordringen tot dat basisgevoel.
In die studie ga je een heleboel aan jezelf opmerken. Je gaat opmerken dat het basisconflict zich in je lichaam heeft omgezet in ongeduld en gulzigheid. Dat het altijd behoefte heeft aan verandering, dat het ongedurig is.

Je kunt dat dus in je eigen  lichaam vervolgen. Je  kunt stilstaan bij hoeveel je eet, wat je eet, hoeveel je drinkt, hoeveel je beweegt, hoeveel je zit – ik bedoel gewoon zitten. En hoeveel tijd je doorbrengt aan andere dingen.
Dan ga je merken dat je eigenlijk veel minder nodig hebt. En dat dat prettig  is om minder nodig te hebben. Dat dat dus geen ontzegging is, het is niet iets wat je …  je gaat geen vastenkuur aan of zoiets. Je gaat gewoon mee met wat je ontdekt.

Je merkt dat je vreselijk gulzig bent in indrukken opdoen, ongelooflijk! Een dier zou allang dood zijn, als het die gulzigheid had.
En je gaat merken dat als je dat beperkt – omdat je merkt dat je gulzig bent en je ook merkt dat je een volle maag hebt bij die indrukken – dat dat prettig is, dat dat een prettig leeg gevoel is. Zoals het ook prettig is om minder te eten, dat geeft een lekker leeg gevoel.

Dan kom je een heleboel tegen, want je lichaam was tot nu toe gewend aan een bepaalde hoeveelheid eten – en liever nog een beetje meer. Dus ondanks het feit dat dat lege gevoel prettig is, voel je ook die andere kant. En dan is er zelfs een moment dat je denkt:  ja, doe ik daar nou niet slecht aan, hè, ik ben mezelf misschien aan het ondervoeden… Dat kom je allemaal tegen.

Maar als je uitgaan van dat onderzoek naar dat basisconflict, laat je je niet zo gauw van de wijs brengen. Dan komt die notie weer boven dat je natuurlijk een gewoontegeheugen hebt, ook in je lichaam. De cellen, alles is ingesteld op een bepaalde verhouding. En je brengt nu wijziging in die verhouding. Een heel innerlijk gevoel in jezelf maakt duidelijk dat het eigenlijk beter is, die nieuwe toestand. En je merkt zelfs dat het nog minder kan – niet omdat je dat probeert, maar je voelt gewoon: oh ja, dat is eigenlijk nog wel teveel…

Dat geldt voor voedsel en dat geldt voor  indrukken. Want het is heel vitaliserend, om langzamerhand te ontdekken wat je echt nodig hebt. En het blijkt héél, héél weinig te zijn – in verhouding tot wat wij denken dat we nodig hebben. Het is misschien nog wel heel veel, maar in verhouding tot wat wij dénken dat we nodig hebben, is het heel weinig.

Dat is dus geen kwestie van ascese en niet van ontzegging, helemaal niet. Dat is eigenlijk allemaal ontzettende onzin. Het is het gewoon geduldig vervolgen van iets in jezelf, van die ordening die in jezelf aanwezig is,waar alles in balans geregeld is.

Het blijkt bovendien dat bij het herstellen van die ordening, je blikveld zich vanzelf vergroot, je wordt gevoelig voor de schoonheid om je heen. Je wordt ook gevoelig voor de schoonheid in jezelf.
Want we zijn eigenlijk heel mooi. We zijn een ongelooflijk universum van mogelijkheden, die we, als we niet gulzig zijn, kunnen exploreren. Als we gulzig zijn lukt dat niet, want dan gaan we aan de meest belangrijke dingen voorbij. Dat heeft zowel de mensheidsgeschiedenis als de individuele geschiedenis ons geleerd.

[stilte]

Hoe kun je zo met iemand praten, terwijl alles wat er om je heen gebeurt zoals het hier is, de wind en de vogels en de wolken ook bij je zijn. Dat je niet vernauwd bent tot dat gesprek.
Hoe kun je in de ander horen wat hij tekort komt, doordat je zelf niet iets hoeft te bereiken, ook niet in dat gesprek. Want je kunt de ander niet horen, als je niet naar jezelf kunt luisteren. Als je je eigen afgescheidenheid niet beseft, kun je de afgescheidenheid van de ander ook niet beseffen. En dan zul je hem willen dwingen om volgens jouw gevoel van afgescheidenheid te reageren en te zijn.
Zo zijn we met elkaar bezig, met alle goeie bedoelingen van dien.
Maar ik denk dat we niet verder komen dan goeie bedoelingen, als we niet de basis grondig, liefdevol, hebben verkend. De basis van ons afgedreven zijn van de oorsprong. Dat ligt weliswaar in de evolutie, dat weet ik wel, het is niet iets wat wij gedaan hebben, maar toch, het feit is daar. En omdat wij dragers zijn van de evolutie, zullen wij dat weer moeten herstellen. Zodat we weer contact hebben met dat wat achter de evolutie doorwerkt. En vandaaruit, zonder agressie, zonder propaganda, zonder manipulatie, op orde kunnen komen. En anderen behulpzaam zijn om op orde te komen.

Daarvoor is heel veel nodig. Daarvoor is heel veel liefde nodig. En heel veel geduld, met jezelf, met de ander. Want je zult het alleen niet kunnen, je hebt de ander nodig, en de ander heeft jou nodig. Maar het is de wijze waaróp je met elkaar bent, dat het gebeuren kan. En elke seconde die je hieraan doorbrengt, zal je honderdvoudig zegen brengen, omdat het aan de basis is, de basis van je leven.

Godzijdank is dit niet in een techniekje te vangen, of in een cursus, of in een opleiding, of in een leergang, wat ook maar… Dit is iets van jou persoonlijk, van jou met het totaal.
Het totaal verhoudt zich niet tot een groep, maar verhoudt zich tot de eenling.
Dat maakt ook, als je dat écht héél goed inziet, dat je het niet in de verkeerde hoek verwacht. Dat je niet denkt dat je het uit een boek kunt leren, of van íemand kunt leren. Je kunt ervan horen. En dan zelf onderzoeken, zelf gaan. En je kunt natuurlijk met elkaar uitwisselen, dat is alleen maar wijs. Maar heb dan erg goed in de gaten wanneer je begint iets te propageren, wanneer je een mening voorstaat, wanneer je niet luisterend bent. Want dat is het oude mechaniek.
Ook als je dat mechaniek doorhebt, zal het nog erg lang doorgaan. Het is een misvatting om te denken dat als je iets inziet, dat het dan verdwenen is. Ja, zijn macht heeft het verloren over je, maar  het is er nog. En het zal elke keer als je even slaperig  bent, het roer overnemen en jouw leven weer bepalen.
Dus je zult heel waakzaam moeten zijn. Maar dat is een liefdevolle waakzaamheid. Dat is niet de waakzaamheid die wij kennen, dat gespannen ergens naar kijken. Maar dat is die hele natuurlijke, liefdevolle waakzaamheid, waarin alles binnen mag komen, van jezelf, van de ander. En waarin die wereld, waar we zo onder lijden en waar zeker miljarden mensen onder lijden – het is die waakzaamheid waarin die wereld misschien dan eindelijk vergaat.
Oké.


[1] Illustratie bij het gelijknamige verhaal uit De kom van herinnering en andere verhalen van Maarten Houtman – zie: Etalage.

naar boven