Je eigen ervaring heiligen

Toespraak voor april 2021
> Archief Toespraken
Mennorode mei 2006 | Vrijdagavond

“Er is één ding wat je nooit moet doen: vergelijk niet, vergelijk je met niemand, met niemand. Dat is het ergste wat je kunt doen, want je kunt niet meer zijn dan jezelf bent. Je kunt niet de ander zijn. De ander kan ook nooit een voorbeeld zijn. De ander is die ander, hij is op weg. Het enige waar het op aan komt is dat je op weg blijft. Hoe krikkemikkig ook, blijf op weg, laat je niet ontmoedigen.”
Uit: 'Je eigen ervaring heiligen',  Mennorode mei 2006.
Zie ook: 'De vergelijk-ziekte', Kosmos Nieuwsblad, z.j. -> /teksten/aanwijzingen/ 

Inleiding
[download]

Omdat ik hier al een dag eerder was, kreeg ik een voorproefje van wat er zoal plaatsheeft in de verschillende groepen die een beetje in onze richting werken. Niet alleen van hun uitspraken, maar ook in de plakkaten die ze ophangen. Het zijn allemaal mensen die nog geloven in de maakbaarheid van de maatschappij. En in de maakbare maatschappij hoort geen leed.
Krankzinnig natuurlijk, maar het is nog steeds zo: leed mag er niet zijn. En omdat het er niet zijn mag, is het er natuurlijk in overmaat. Want we werken allemaal de verkeerde richting uit …

Ik denk dat we daar in deze groep niet in geloven. En dat we ook niet geloven in verbetering. We proberen na te gaan hoe we doen, hoe we denken, wat we willen, en we proberen dat grondig te onderzoeken.
Het feit dat mijn boek nu uiteindelijk uitkomt
[1], is omdat het zich in dit opzicht onderscheidt van de reguliere zen, die teruggaat op een overlevering. Dat heb ik nooit gedaan en ik doe het nog steeds niet. En ik hoop ook dat jullie het nooit doen, maar dat je je eigen ervaring heiligt en daar heel zorgvuldig mee omgaat. Of het klopt met wat er om je heen gedaan wordt, doet er niet toe. Je eigen ervaring is het enige wat je werkelijk weet, al het andere komt van buiten.

Als je je eigen ervaring volgt, dan blijkt wel dat veel systemen en geloven elementen bevatten die je herkent. Maar dat is een andere zaak. Je hebt het zelf uitgezocht, je bent zelf eenzaam geweest, je hebt zelf gemerkt hoe betrekkelijk de menselijke verhoudingen zijn, hoe betrekkelijk je relaties zijn waar je dagelijks mee te maken hebt. Je probeert niets te ontlopen, je zegt nergens: “Nou ja, het zal wel zo zijn …”
Dat is iets vreselijks, als je zegt: “Het zal wel …”

Maar het blijkt ongelofelijk moeilijk te zijn om je eigen ervaring te volgen, om – ook als je een leraar hebt – altijd weer voor jezelf na te gaan: “Is dat zo …?”
Ik heb het in de loop van de jaren vaak gezegd, ik zeg het nog een keer: wees kritisch, geloof niet, onderzoek! En als het niet klopt met je eigen ervaring, laat wat er gezegd is dan voor wat het is.
Natuurlijk kom je dan alleen te staan, dat is duidelijk, maar dat ben je altijd geweest – al heb je net gedaan alsof dat niet zo was. Je hebt net gedaan alsof die persoonlijke relaties werkelijk waren. Maar op een of andere dag breekt je dat op.

Daarom is het goed om zo snel mogelijk deze zoektocht te vervolgen – jullie zijn hem allemaal begonnen, zonder uitzondering. Ik zie tot m’n verheugenis dat ieder inderdaad een eigen weg volgt. Dat is echt een grote vreugde voor me. Ga rustig zo door. Je zult ontdekken dat datgene wat niet in woorden te vangen is, datgene wat de wereld in stand houdt, diep in jezelf verborgen is. Dat ‘iets’, dat onbegrijpelijke, houdt geen rekening met alle dingen waar wij wel rekening mee houden. Dat maakt het zo moeilijk.

Het is moeilijk om je gewone dagelijkse doen, je dagelijkse werk, je dagelijkse plichten niet te veroordelen, ze niet te verwerpen. Het is datgene wat je kent, waarmee je strijdt, waar je overwinningen boekt en teleurstellingen. Het is een kostbaar stuk van je leven, want ook het ego is kostbaar. Maar het gaat mis als dat ego, of hoe je het ook noemen wilt, eerste viool gaat spelen. Het ego is van belang in zoverre het een uitdrukking wordt van dat andere, dat er altijd is, voordat je geboren werd en nadat je sterft.


naar boven

Gesprek (fragment)

– Vraag: Maarten, je zegt dat de ervaring datgene is waar we op af moeten gaan, dat het daarom gaat. Kun je beschrijven wat er bij jou gebeurt als je iets ervaart?

Maarten: Ik zal het proberen.
Er gebeurt een heleboel. Je ervaart iets, en er is in die ervaring iets dat onbekend voor je is. Het eerste wat je doet is teruggrijpen op alle andere ervaringen die er op lijken.
En nu gaat het erom dat je dat rustig z’n gang laat gaan, dat je niet zegt: “Ja, maar kijk eens, dat van nu is zó belangrijk, dat andere … weg ermee!” Nee, dat andere is ook belangrijk, dus laat dat allemaal z’n gang gaan. Niet dat dat zo eenvoudig is …
Dan kom je na een poosje tot de conclusie dat er toch iets anders aan de hand is, maar je weet eigenlijk niet meer wat. En nu gaat het erom dat je rustig kunt wachten. Soms lukt dat, soms lukt dat niet. Als het niet lukt is het verstandig om iets te gaan doen wat er misschien absoluut niet mee te maken heeft, maar wat je wel dwingt om daar helemaal bij te zijn. Je kunt bijvoorbeeld gaan autorijden of je kunt gewoon iets in huis gaan doen. Als je je aandacht er maar helemaal bij hebt, al is het maar stofzuigen. Dan kan het gebeuren dat die aandacht zodanig is dat dat
‘iets’, wat je aldoor ontsnapt, weer binnenkomt. Soms schrik je ervan, soms niet zo, soms maakt het je heel gelukkig.
Waar je dan meestal over struikelt is dat je je gaat afvragen: “Ja, maar wat is het nou?”
En dan is het weg …
Ik geloof dat ik het zo beschreven heb.

– Vraag: Wat ik hoor, Maarten, is dat je een zijnservaring hebt gehad op een bepaald moment en dat je die verwerkt. En je probeert dat los te laten en zich te laten openbaren wat er gebeurt. Maar het zijn toch wel vrij zeldzame gebeurtenissen, die zijnservaringen …

Maarten: Ja, dat is ook zo.

– Vraag: Dus je verwijst eigenlijk naar die kostbare momenten dat we samenvallen met het geheel – onze enige leidraad.

Maarten: Ja, ik begrijp je vraag heel goed. Je vraagt je natuurlijk af: dat komt af en toe voor, is dat voldoende om je motivatie wakker te houden? Ik denk het wel, maar ik weet het niet, ik kan uitsluitend over m’n eigen ervaring spreken.
Maar als zo’n ervaring zich voordoet, kun je niet denken: “Oh, het zal dát zijn …” Want als je dat denkt, gaat het mis.
De moeilijkheid is om steeds niks te zijn, om steeds
‘ik weet het niet’ te kunnen zeggen.

– Vraag: Nu begrijp ik ook veel beter waarom je zegt dat ervaring de enige leidraad is. Want op dat moment wat je nu beschreven hebt zit er als het ware niks meer tussen, je bent helemaal verbonden met de oerbron. En dan is er ook geen twijfel meer van de kant van alles wat met het denken-voelen te maken heeft. Maar ik denk wel dat dat voor ons hogeschoolwerk is. Als leidraad van ‘ga zo verder’ is het een kanjer van een opgave.

Maarten: Ja, dat is het, dat weet ik, dat is het voor mij ook geweest.
Ja, weet je, de ervaring op zichzelf wist alles uit wat je dacht te weten. Maar de weg er naartoe is niet 
vriendelijk. Een heleboel mensen denken dat de weg ernaartoe vriendelijk is. Dat is niet zo, de weg ernaartoe is moeizaam, vraagt heel veel doorzettingsvermogen – in de goede zin. Het gaat niet om het inzetten van de wil, het gaat erom dat je weet dat het nodig is. Dat is iets heel anders. Als je je wil inzet dan gaat het niet. Maar als je weet: hoe dan ook, of het in dit leven is of in een volgend leven, het moet eens gebeuren – dan is dat een heel andere manier van het doorzetten.
Wat je ook niet weet – dat maakt het extra moeilijk – is of het je gegeven is dat je het beleven zult. Dus je zegt heel simpel tegen jezelf: ik weet het niet, ik kan niet anders doen dan proberen, het is niet meer dan proberen. Óf er iets zal gebeuren is onbekend, dat is – in een christelijke term – een genade. En een genade kun je niet afdwingen, die komt of die komt niet.
Echt, ik begrijp het zo goed, het is zo moeilijk om dat volledig in te zien. En je eigen gesputter daartegen serieus te nemen. Want dat gesputter ertegen is er, daar moet je helemaal doorheen. Je moet als het ware moe worden van dat gesputter, dan kan het plotseling gebeuren. Maar je kunt niets overslaan. Ja, je kunt een drug nemen, hè, dan ben je ineens bom! daar. Maar dan ben je afhankelijk van de drug – die bovendien ook nog schadelijke gevolgen heeft. Maar dit terzijde.
Je hebt met al die dingen te maken, je hebt met je eigen protest te maken, je hebt met je eigen hovaardij te maken, je hebt met je eigen zogenaamde nederigheid te maken, je hebt te maken met het ontzinken van de moed. Daar heb je allemaal mee te maken.
Er is één ding wat je nooit moet doen: vergelijk niet, vergelijk je met niemand, met niemand. Dat is het ergste wat je kunt doen, want je kunt niet meer zijn dan jezelf bent. Je kunt niet de ander zijn. De ander kan ook nooit een voorbeeld zijn. De ander is die ander, hij is op weg. Het enige waar het op aan komt is dat je op weg blijft. Hoe krikkemikkig ook, blijf op weg, laat je niet ontmoedigen.

Afbeelding bovenaan: 
Object in de sneeuw op een speelplaats aan de oever van de Amstel, ter hoogte van Amsterdam richting Ouderkerk. 11 februari 2021.
Foto Emilie van de Raa

[1] Maarten Houtman, De andere oever; een jeugd op Java. Asoka, 2006.

naar boven